De levensboom van Terrence Malick
De Amerikaanse regisseur Terrence Malick (1943) maakt nu bijna veertig jaar films, met steeds dezelfde thema’s. Erg productief is Malick echter niet; met slechts vijf speelfilms in een tijdsbestek waarin de meeste regisseurs vele matige films en slechts een enkele goede film afleveren, is hij niet geheel haastig. Desalniettemin is elke film opnieuw weer het lange wachten waard.
Al vanaf het begin schuwt Malick elke vorm van aandacht, vertoont zich zelden in het openbaar, geeft geen interviews en gaat nimmer naar filmfestivals, hetgeen volgens zijn acteurs ontstaan is door een extreme vorm van verlegenheid. Malicks films worden daar niet minder om. Iedere keer levert Malick een meesterwerk af dat zijn weerga niet kent. Ondertussen willen alle topacteurs dolgraag in zijn films figureren.
Malick is een vreemde eend in de bijt, een ongewone filmregisseur die filosofie studeerde aan Harvard en jarenlang gewerkt heeft als trouwe vertaler van het werk van de Duitse filosoof Martin Heidegger. Zodoende is het onvermijdelijk dat Malick in zijn films diens filosofie aanschouwt: Wie zijn wij? Is er een God? Drijft er ergens een hogere kracht ons voort? Wat is de plaats van de mens in de kosmos? Malick stelt hiermee grote en belangrijke vragen in zijn films.
De tegenstelling tussen de leegte van de moderne beschaving en de natuur speelt sinds zijn cultdebuut Badlands (1973) een prominente rol. Een terugkerend thema is de eenheid tussen mens en natuur. Net als bij het werk van Andrej Tarkovski, waarin ik allerlei overeenkomsten zie, zitten in iedere film van Malick, shots waarin mensen zich als kleine nietige wezens in een enorm landschap begeven.
In The Tree of Life, zijn nieuwste film, besteedt Malick soms minuten lang aan het filmen van landschappen en laat de pure schoonheid, rust en harmonie van de natuur met wonderbaarlijke beelden zien. Malick laat ons inzien dat de mens een wereldbeeld heeft geschapen waarin de natuur louter als een hulpmiddel voor eigen overleven wordt gezien. En dat wereldbeeld is een soort schil die het ware zien onmogelijk maakt. Het gaat bij Malick om een bepaalde vorm van schoonheid die in tragiek van de mens zit verscholen: de pijn van het telkens weer opnieuw moeten beginnen. Angst, dood en verveling is de weg naar het ware zijn. De weg naar het hogere zit vol lijden.
The Tree of Life is Malicks vijfde film en laat zich niet makkelijk behappen. De inhoud stelt soms hoge eisen. Deze film is bij vlagen zo mooi dat Malick zich als een ware cameratovenaar toont. Het is een visueel meesterwerk vol met poxebtische en verbazingwekkende beelden. Door de prachtige shots komt de kijker in een haast meditatieve waan die de film naar een hoger niveau brengt. Deze film moet rustig bezinken.